Een debetrekening-courant is een schuld: de bedrijfsleider heeft meer uit zijn vennootschap gehaald dan hij erin heeft gebracht of ontvangen, en de vennootschap heeft nu een vordering op hem. Zonder interest, of tegen een lagere rente dan de administratie vooropstelt, wordt die vordering gezien als een gratis toegekend voordeel — en wordt de bedrijfsleider erop belast.

Kort antwoord

Een bedrijfsleider die zijn vennootschap geld schuldig is zonder interest te betalen, wordt belast op een voordeel van alle aard (art. 36, eerste lid WIB 92, in samenhang met art. 18, §3 KB/WIB 92). De referentierente bedraagt 5,57 % voor inkomsten 2025, tegenover 6,25 % voor 2024. Op een gemiddeld saldo van 85.000 € bedraagt het belastbare voordeel 4.734,50 €.

Het mechanisme is niet nieuw, maar komt bij elke afsluiting terug. In veel kmo's groeit het saldo jaar na jaar: privékosten betaald door de vennootschap, opnames "in afwachting van het dividend", een voorschot voor een privéaankoop. Elke euro die verschuldigd blijft, wordt een euro waarop de fiscus een interest berekent die niemand heeft betaald.

Wat de fiscus precies belast

Stelt een vennootschap geld ter beschikking van haar bedrijfsleider zonder interest of tegen een verlaagde interest, dan vormt het verschil tussen de referentierente en de effectief betaalde interest een voordeel van alle aard. De forfaitaire waardering steunt op artikel 36, eerste lid WIB 92, gelezen met artikel 18, §3 van het uitvoeringsbesluit (KB/WIB 92). De bedrijfsleider wordt op dat bedrag belast als beroepsinkomen, hoewel hij er geen euro van heeft ontvangen.

De referentierente wordt elk jaar bij koninklijk besluit vastgesteld. Voor een rekening-courant — een lening zonder bedongen termijn — geldt de categorie "zonder termijn" van de tabel, los van die van de termijnleningen.

De referentierente sinds 2022

Voor voorschotten zonder termijn bedroeg de rentevoet 7,14 % voor 2022, 5,43 % voor 2023 en 6,25 % voor 2024. Voor inkomsten 2025 zakt hij naar 5,57 %, volgens het koninklijk besluit van 8 februari 2026, verschenen in het Belgisch Staatsblad van 17 februari 2026.

Voor zover wij weten is de rentevoet voor inkomsten 2026 nog niet gepubliceerd: het besluit volgt in het begin van het daaropvolgende jaar. De tarieven van 2025 dienen dus als voorlopig ijkpunt, te bevestigen zodra het nieuwe besluit verschijnt.

Van gemiddeld saldo tot belasting: een voorbeeld

De berekeningsbasis is het gemiddelde debetsaldo. De referentiemethode neemt maand per maand het gemiddelde van het saldo op de eerste en de laatste dag. Een administratieve tolerantie (Com.IB 36/87) laat toe om over het hele jaar te redeneren wanneer het saldo niet significant is geschommeld: dan neemt men het gemiddelde van het openingssaldo en het slotsaldo.

Neem een saldo van 80.000 € op 1 januari 2025 en van 90.000 € op 31 december. Het gemiddelde is 85.000 €. Tegen 5,57 % bedraagt het voordeel 85.000 × 5,57 % = 4.734,50 €.

Belasting zonder inkomende cash

Deze 4.734,50 € komen bovenop de beroepsinkomsten van de bedrijfsleider. Bij een marginaal tarief van ongeveer 50 %, vóór gemeentelijke opcentiemen, loopt de extra belasting op tot circa 2.367 € — voor een voordeel dat geen enkele euro cash heeft opgeleverd.

Rekening-courant of termijnlening?

Het voorschot formaliseren in een termijnlening geeft een aflossingsschema, maar geen besparing op het voordeel van alle aard. Voor niet-hypothecaire termijnleningen hanteert de tabel 2025 een maandelijkse rentevoet van 0,52 % (0,26 % voor een lening voor de aankoop van een wagen). Omgerekend naar een jaarlijkse rentevoet met de formule (1 + p)12 − 1 geeft de eerste ongeveer 6,42 %, meer dan de 5,57 % van de rekening-courant. Hetzelfde verschil bestond voor 2024: 6,80 % tegenover 6,25 %.

De keuze tussen beide hangt dus niet af van de kost van het voordeel, maar van de rechtszekerheid en de terugbetalingsdiscipline die een schriftelijke overeenkomst biedt.

Het voordeel neutraliseren of beperken

Het voordeel is het verschil tussen de referentierente en de effectief betaalde interest. Daaruit volgen twee hefbomen: interest betalen, of de basis verkleinen.

Twee concrete hefbomen

Een bedrijfsleider die zijn vennootschap een interest betaalt die minstens gelijk is aan de referentierente, heeft geen belastbaar voordeel meer. Het gemiddelde saldo verlagen — door terugbetaling of door compensatie met een bezoldiging of dividend — verkleint automatisch de berekeningsbasis. Elke optie heeft haar eigen fiscale kostprijs en moet worden doorgerekend vóór ze wordt gekozen.

In beide gevallen vergemakkelijkt een schriftelijke overeenkomst met rentevoet, vervaldag en terugbetalingsmodaliteiten, goedgekeurd door het bestuursorgaan, de verdediging van het dossier. De regels van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen over belangenconflicten zijn van toepassing op een verrichting tussen de vennootschap en haar bestuurder; de juridische raadgever van de vennootschap moet ze valideren.

Wat de rekening-courant niet oplost

Een voorschot is geen kasuitkering. Het moet worden terugbetaald, de vennootschap blijft schuldeiser, en een saldo dat nooit daalt wijst op een blijvende persoonlijke liquiditeitsbehoefte. Daarvoor liggen de echte hefbomen elders: bezoldiging, dividend, liquidatiereserve, vermogensstructurering — elk met een eigen kostprijs, die men cijfermatig moet vergelijken in plaats van het saldo standaard te laten aangroeien.

Veelgestelde vragen

Wat is een debetrekening-courant van een bedrijfsleider en waarom wordt ze belast?
Het is het saldo dat de bedrijfsleider aan zijn vennootschap verschuldigd is nadat hij meer heeft opgenomen dan hij heeft ingebracht of ontvangen. Betaalt hij geen interest, of minder dan de referentierente, dan wordt het verschil in zijn hoofde belast als voordeel van alle aard (art. 36, eerste lid WIB 92 en art. 18, §3 KB/WIB 92).

Wat is de rentevoet van het voordeel van alle aard voor 2025 en 2026?
Voor inkomsten 2025 bedraagt de referentierente voor voorschotten zonder bedongen termijn 5,57 %, tegenover 6,25 % voor 2024 (koninklijk besluit van 8 februari 2026, Belgisch Staatsblad van 17 februari 2026). Het tarief voor 2026 is voor zover wij weten nog niet gepubliceerd; controleer het zodra het besluit verschijnt.

Hoe kan men dit voordeel vermijden of beperken?
Men kan de vennootschap een interest betalen die minstens gelijk is aan de referentierente, waardoor het voordeel verdwijnt. Men kan ook het gemiddelde saldo verlagen door terugbetaling of compensatie, nadat de fiscale kostprijs van elke oplossing is vergeleken.

Het eerste gesprek dient om uw werkelijke saldo door te rekenen en de uitstapopties te vergelijken vóór de afsluiting van het boekjaar — niet om een structuur te verkopen.

Lees ook

→ Minimale bezoldiging van de bedrijfsleider en verlaagd Venb-tarief in 2026 → Liquidatiereserve na de Arizona-hervorming → Beleggen via de vennootschap of privé in 2026