Weinig kanalen brengen vennootschapsgeld zo goedkoop naar het privévermogen van een bedrijfsleider als de individuele pensioentoezegging. Maar 2026 hertekent de spelregels: de Wijninckx-bijdrage verviervoudigt, de 80%-regel wordt herrekend op een hogere minimumbezoldiging, en de Arizona-regering kondigt een hervorming van de tweede pijler aan.

Kort antwoord

IPT-premies blijven in 2026 aftrekbaar in de vennootschapsbelasting binnen de 80%-regel (art. 59 en 195 WIB 92). De Wijninckx-bijdrage stijgt vanaf bijdragejaar 2026 van 3% naar 12,5%, maar geldt enkel voor pensioenopbouw boven ongeveer 97.548 € per jaar. Bij uitkering op de wettelijke pensioenleeftijd, na een ononderbroken loopbaan, bedraagt de eindbelasting 10%.

Een individuele pensioentoezegging is een verzekeringscontract dat uw vennootschap afsluit in uw exclusief voordeel: de vennootschap betaalt de premies en trekt ze af van haar belastbare winst, het opgebouwde kapitaal komt u persoonlijk toe bij pensionering. Drie fiscale voordelen stapelen zich op — een aftrekbare kost voor de vennootschap, een belastingvrije kapitalisatie tijdens de opbouwfase en een verlaagd eindtarief. Net omdat het instrument zo doeltreffend is, bewaakt de wetgever de grenzen ervan scherp. En in 2026 verschuiven er meerdere.

De 80%-regel: het plafond dat alles bepaalt

De aftrekbaarheid van IPT-premies staat of valt met de 80%-regel: het totale pensioen — wettelijk pensioen plus aanvullende pensioenen uit de tweede pijler — mag niet meer bedragen dan 80% van de laatste normale bruto jaarbezoldiging van de bedrijfsleider (art. 59 WIB 92). Wat het plafond overschrijdt, wordt verworpen als verworpen uitgave.

De bezoldiging is dus de sleutelparameter. En daar speelt 2026 een mechanisch effect dat vaak over het hoofd wordt gezien: de minimumbezoldiging voor bedrijfsleiders die toegang geeft tot het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting steeg van 45.000 € naar 50.000 € (geïndexeerd), met maximaal 20% voordelen van alle aard. Wie zijn bezoldiging optrok om het verlaagd tarief te behouden, vergrootte meteen ook zijn aftrekbare IPT-premiecapaciteit.

Een tweede voorwaarde is minder bekend maar des te gevaarlijker bij controle: de bedrijfsleider moet een regelmatige, maandelijkse bezoldiging ontvangen die ten laste komt van het resultaat van het belastbare tijdperk (art. 195, §1, tweede lid WIB 92). Een bezoldiging die in één keer op het einde van het boekjaar wordt geboekt, of enkel via rekening-courant zonder effectieve betaling, zet de premieaftrek op de helling.

Aandachtspunt

Zonder effectieve maandelijkse bezoldiging slaat de fiscus twee keer toe: verwerping van de premieaftrek bij de vennootschap én behoud van de belasting op het kapitaal bij de bedrijfsleider. De regelmaat van de betalingen is geen administratief detail — het is de fiscale bestaansvoorwaarde van uw IPT.

Wijninckx naar 12,5%: de rem op de grootste plannen

De Wijninckx-bijdrage is een bijzondere socialezekerheidsbijdrage op de hoogste aanvullende pensioenopbouw. Ze bedroeg 3% van de aangroei van de pensioenreserves boven een drempel. De wet van 11 december 2025, verschenen in het Belgisch Staatsblad op 30 december 2025, trok ze op tot 12,5% vanaf bijdragejaar 2026 — zonder overgangsregeling.

De drempel blijft evenwel hoog: de bijdrage geldt pas wanneer de pensioendoelstelling het maximumpensioen van de overheidssector overschrijdt, ongeveer 97.548 € per jaar. Een KMO-bedrijfsleider wiens IPT een kapitaal beoogt dat onder die rente blijft, is niet geviseerd. De maatregel raakt de allerhoogste plannen — daar stijgt de marginale kost fors.

Daarbovenop komt de verzekeringstaks van 4,4% op elke gestorte premie, die net als de premie zelf aftrekbaar is. Het globale fiscale rendement van de IPT blijft positief, maar de kloof tussen een correct gekalibreerd plan en een overgedimensioneerd plan is groter geworden.

Backservice: tien jaar inhalen met één premie

De IPT laat toe om jaren waarin geen aanvullend pensioen werd opgebouwd retroactief te financieren. Die backservice dekt de loopbaanjaren binnen de vennootschap, maar ook tot tien jaar gepresteerd vóór de indiensttreding — zelfs buiten de huidige vennootschap. Voor een bedrijfsleider die jarenlang in zijn onderneming investeerde ten koste van zijn pensioenopbouw, is de inhaalpremie een aanzienlijke onmiddellijke aftrekpost, steeds binnen de grens van de 80%-regel.

Een boekjaar met uitzonderlijke resultaten leent zich daar uitstekend toe: de backservicepremie drukt de belastbare winst van dat jaar en verschuift tegelijk waarde naar het privévermogen.

De uitkering: 10% wie volhoudt tot de wettelijke pensioenleeftijd

De belasting op het kapitaal hangt af van uw leeftijd en activiteitsstatus op het moment van uitkering. Sinds februari 2025 bedraagt de wettelijke pensioenleeftijd 66 jaar; in 2030 wordt dat 67.

Situatie bij uitkeringBelastingtarief
Op de wettelijke pensioenleeftijd, effectief actief gebleven10%
Op de wettelijke pensioenleeftijd, zonder ononderbroken activiteit16,5%
Vervroegde opname (61-62 jaar)18%
Vervroegde opname (60 jaar)20%

In alle gevallen komen daar de RIZIV-bijdrage van 3,55% en een solidariteitsbijdrage van 0 tot 2% bij, afhankelijk van het kapitaal. "Effectief actief blijven" veronderstelt een ononderbroken aansluiting bij een socialeverzekeringsfonds en de betaling van sociale bijdragen als zelfstandige in hoofdberoep tijdens de drie jaar vóór de wettelijke pensioenleeftijd — een voorwaarde die u documenteert, niet veronderstelt.

Wat de Arizona-hervorming in petto heeft

Het Arizona-regeerakkoord voorziet een harmonisering van de tweedepijlerregimes voor zelfstandigen (VAPZ, IPT, POZ) en een hervorming van de 80%-regel. Vandaag blijft de 80%-regel onverkort van toepassing: de vervangende teksten zijn nog niet aangenomen. Premies gestort onder het huidige regime behouden hun fiscale behandeling.

En voorbij het IPT-plafond?

De kracht van de IPT is meteen ook haar grens: de 80%-regel begrenst structureel wat de vennootschap langs dit kanaal kan overdragen. Voor een bedrijfsleider met een overtollige liquiditeitspositie die de aftrekbare premiecapaciteit overstijgt, luidt de vraag: wat met het surplus?

Daar komt de volledige vermogensarchitectuur weer in beeld. De liquidatiereserve biedt een uitgestelde uitkering tegen verlaagde kost. De verhuur van kunstwerken aan de vennootschap creëert een aftrekbare kost in de vennootschapsbelasting (art. 49 WIB 92), gekoppeld aan een lichamelijk roerend actief dat buiten het toepassingsgebied van de nieuwe taksen op financiële activa valt. IPT, liquidatiereserve en reële activa concurreren niet met elkaar: ze stapelen zich op, elk binnen hun eigen grens.

De juiste kalibratie — welke bezoldiging, welke premie, welke backservice, welk vehikel voor het surplus — hangt af van uw situatie. Precies dat soort afwegingen overlopen we tijdens een eerste vertrouwelijk gesprek, samen met uw bestaande adviseurs.

Veelgestelde vragen

Wat is een IPT en wie komt in aanmerking?
Een pensioenverzekering die de vennootschap afsluit ten gunste van haar zelfstandige bedrijfsleider. De premies zijn aftrekbaar als de 80%-regel wordt nageleefd (art. 59 WIB 92) en de bedrijfsleider een regelmatige, maandelijkse bezoldiging ontvangt (art. 195 WIB 92).

Geldt de Wijninckx-bijdrage van 12,5% voor elke IPT?
Nee. Ze treft enkel pensioenopbouw boven een doelstelling van ongeveer 97.548 € per jaar, afgestemd op het maximumpensioen van de overheidssector. De meeste KMO-plannen blijven eronder.

Hoeveel belasting betaalt u bij de uitkering?
10% op de wettelijke pensioenleeftijd als u effectief actief bleef, na RIZIV (3,55%) en solidariteitsbijdrage (0 tot 2%). Bij vervroegde opname: 16,5% tot 20% naargelang de leeftijd.

Lees ook

Minimumbezoldiging bedrijfsleider 2026: 50.000 € en het verlaagd tarief De liquidatiereserve na de Arizona-hervorming: nieuwe termijn en tarieven